Showroom, Sloepen en motoren op voorraad, Deskundig aankoopadvies

Home » Blog » Handleiding boottrailer

Handleiding boottrailer

Deze handleiding is bedoeld om je uitleg te geven over jouw boottrailer en om je te helpen veilig en met plezier gebruik te maken van jouw boottrailer. Lees deze handleiding goed en aandachtig door, voordat je de trailer gaat gebruiken.
Deze handleiding is voor je gemaakt om je te helpen de juiste trailer te kiezen. Daarnaast zul je kennis te maken met het aankoppelen van de Trailer, uit te leggen hoe je een boot te water kan laten gaan, of juist uit het water kan halen.
Daarnaast wordt er ook informatie gegeven over het afkoppelen van de Trailer en over gebruiks- en onderhoudsinstructies. Als er – ondanks zorgvuldig doorlezen van deze handleiding – nog iets niet duidelijk is, neem dan contact op.

 

Hoe kies ik de juiste trailer?

Het belangrijkste is dat het gewicht van de boot (samen met de motor en accessoires zoals cabriokap) lager is dan het maximum laadvermogen van de trailer.  Het gewicht van je boot en motor vind je vaak door te Googlen. Veelal heb je voldoende aan het gewicht van je boot en tel je daar 10 procent bij op voor de motor en accessoires.
Vervolgens kijk je of de lengte van de boot kleiner is dan de maximum bootlengte van de trailer.  Dit is van minder groot belang dan het gewicht. Bij het bepalen van de maximum bootlengte van de trailer is al rekening gehouden met een buitenboordmotor (dus je hoeft je geen zorgen te maken over de extra lengte van de buitenboordmotor). Als de boot meer dan 1 meter achter de lichtbak uitsteekt, moet deze worden voorzien van een een “lange-lading-markeringsbord” (diagonaal rood-wit gestreept, afmetingen 0,50 m bij 0,50 m). Verder mag de boot in principe aan de achterzijde van een motorvoertuig of een eenassige aanhangwagen maximaal 5 meter uitsteken, gemeten vanaf de achterste achteras. Bij een meerassige boottrailer (tandemasser) maximaal 4 meter uitsteken, gemeten vanaf de achterste achteras. De  uitstekende lengte mag niet meer zijn dan 0,5 x de lengte van de boottrailer.
Een trailer moet altijd op de boot worden afgesteld om de boot schadevrij te kunnen laden en te vervoeren. Van belang is dat het gewicht van de boot (bij een buitenboordmotor vaak aan de achterzijde) zoveel mogelijk boven het dragende deel van de boottrailer komt (dus niet boven de lichtbak). 
Bij een zelfstellende trailer hoeft dat vaak niet, dus ideaal als je geen ervaring hebt of verschillende boten vervoert.
Tot slot kijk je of je voertuig voldoende trekvermogen heeft voor de trailer en de boot. Dit kun je opvragen bij het RDW. Je krijgt dan een opgave voor een Maximum massa geremd (voor een boottrailer met remmen) en een Maximum massa ongeremd (voor een boottrailer zonder remmen). 
Alle boottrailers zijn geschikt voor rijbewijs B (mits het gewicht van de auto, trailer en boot lager is dan 3.500 kilogram.

Als een boot een diepe kiel heeft onderaan de boot zoals een zeilboot dan zijn vaak extra stempels nodig. Als je een RIB of rubberboot hebt dan is het zaak om trompetrollen of balken te monteren en een andere boegsteun.

 

Boottrailer aankoppelen / afkoppelen

Stap 1: Kijk na of de trekkogelkoppeling geopend is (X-stand).

Stap 2: Controleer of de koppelingshoogte van de aanhanger ca. 5 cm boven die van het trekvoertuig ligt. Zonodig is die hoogte met behulp van het steunwiel te corrigeren.

Stap 3: Met het trekvoertuig achteruit naar de geplaatste en geremde aanhanger rijden tot de kogelkoppeling bijna precies boven de kogel aan het voertuig is. Let erop dat er zich om veiligheidsredenen geen personen tussen aanhanger en trekvoertuig mogen bevinden

Stap 4: De eventuele wielkeggen van de aanhanger verwijderen.

Stap 5: De handrem van de aanhanger losmaken.

Stap 6: Bij de oploopinrichtingen met "KH" of "GF"-handremhefboom hoeft deze alleen maar naar voren in de uitgangspositie worden getrokken. Er hoeven geen verdere vergrendelingen worden ontgrendeld of knoppen worden gedrukt. Bij oploopinrichtingen met een inschuifbare handremhefboom moet deze hiervoor eerst tot zijn maximale lengte worden uitgetrokken. Dan kan de handrem gemakkelijk worden losgezet. Als laatste moet de handremhefboom weer naar de kortste stand worden teruggeschoven.
Bij oploopinrichtingen met "HF"-tandsegmenthefboom moet aan de handremhefboom de knop worden gedrukt, voordat de hefboom losgezet kan worden. De krachtinspanning voor het drukken van de knop kan worden gereduceerd indien tegelijkertijd de handremhefboom iets aangetrokken wordt.

Stap 7: De aanhanger met de kogelkoppeling precies over de kogel trekken.

Stap 8: De trekdissel langzaam naar beneden brengen tot de kogelkoppeling duidelijk hoorbaar goed op de kogel is geplaatst, dit is te horen door een klik. Controleer aan de hand van de markering op de trekkogelkoppeling of de koppeling correct gesloten is. De wijzer springt na het correct plaatsen van de kogelkoppeling op het groene veld van de markering, die met een "+" is gekenmerkt.

Stap 9: Nu kan het steunwiel worden omhooggedraaid en in de bovenste positie worden gefixeerd.

Stap 10: Draai het breekkabel een keer om de kogelhals en haak dan de karabijnhaak aan het kabel.

Stap 11: Steek de verlichtingsstekker van de aanhanger in het stopcontact van het trekvoertuig en controleer of alle lichten het doen.

Voor het aankoppelen doet je hetzelfde in de omgekeerde volgorde.

 

Boottrailer aankoppelen, wat je moet weten:

  • Na het aankoppelen moet in ieder geval met behulp van de aanwijzer worden gecontroleerd of de kogelkoppeling correct op de kogel is geplaatst: Bevindt zich de wijzer in het groene "+" veld, dan is de kogelkoppeling correct gesloten en vergrendeld en heeft de kogel aan de auto nog genoeg slijtage reserve.
  • Uitsluitend in dit geval is een veilige verbinding tussen jouw voertuig en de aanhangwagen gemaakt en mogen deze aan het verkeer deelnemen. Vergeet niet de aanhanger van de handrem af te zetten en het breekkabel aan de kogelhals te bevestigen.
  • De breekkabel heeft de opgave, een noodremming van de aanhanger te veroorzaken, mocht de verbinding met het trekvoertuig om welke reden dan ook worden onderbroken.
  • Wanneer de aanwijzer in het rode "-" veld staat is de koppeling verkeerd gesloten en met de aanhanger mag in geen geval worden gereden.
    Hiervoor kunnen er drie oorzaken zijn:
    1. De kogel aan het trekvoertuig is al sterk versleten en biedt de kogelkoppeling niet voldoende houvast. Een nieuwe kogel heeft een doorsnede van 50,0 mm. Wanneer deze doorsnede door slijtage kleiner wordt, zij het maar ten dele, onder 49 mm, moet de kogel aan het trekvoertuig in ieder geval worden vervangen en mag niet meer worden gebruikt.
    2. De kogelkoppeling zelf is erg versleten en biedt aan de kogel niet meer voldoende houvast. In dit geval moet de kogelkoppeling door een gekwalificeerde garage worden vervangen.
    3. Het sluitmechanisme van de kogelkoppeling werd geactiveerd, maar er bevindt zich geen kogel in de koppeling. De kogelkoppeling ligt los op de kogel en heeft geen vaste verbinding. De koppeling springt van de kogel, zo gauw er wordt gereden. Open de kogelkoppeling als onder punt 2.1 beschreven is en probeer opnieuw de kogelkoppeling correct op de kogel te laten arreteren.
  • Wanneer de aanwijzer in het rode "X" veld is dan is de kogelkoppeling niet gesloten. De kogel ligt los op de kogel en zou bij het wegrijden van de kogel afspringen. De aanhanger mag in deze situatie in geen geval worden gereden!
    Het koppelingsmechanisme is eventueel door verzuimde smering stroef.
  • Het draaibereik van de kogelkoppeling om de voertuigas bedraagt max. ±25°. In horizontale richting zijn draaihoeken in een kader van ±20° mogelijk.
    Let op! Bij het overschrijden van de draaibereiken worden de componenten overbelast, de functie van de kogelkoppeling is dan niet meer gewaarborgd.
  • In het handvat van de trekkogelkoppeling is de toelaatbare steunlast van de betreffende trekkogelkoppeling aangegeven. Er mag niet met een negatieve steunlast worden gereden, omdat dit de rijstabiliteit van de aanhanger negatief beïnvloedt. Een negatieve steunlast kan heel eenvoudig door een gewijzigde belading van de aanhanger worden vermeden.
  • Om een optimaal rij- en remgedrag van de aanhanger te kunnen waarborgen is het per se nodig dat de koppelhoogten van trekvoertuig en aanhanger overeenstemmen. Volgens DIN 74058 moet de stand van het koppelpunt bij de aanhanger bij 430 ±35 mm boven het punt liggen waar het wiel op de grond staat. Ter controle van de koppelhoogte moet de aanhanger en het trekvoertuig exact horizontaal staan en tot op het complete toelaatbare gewicht beladen zijn. Bovendien moet de wieldruk aan de voorschriften van de producent voldoen.
  • De kogeldruk is de verticale kracht van de trailer op de trekhaakkoppeling. Het typeplaatje op de trekhaak geeft aan wat het maximaal toegestane gewicht op de kogel is (meestal 50 tot 150 kilogram). 
  • De toegestane kogeldruk van een beladen boottrailer moet minstens 5% van het aangehangen gewicht zijn. Dus bij gewicht van 1.000 kilogram (boot met trailer) tenminste 50 kilogram kogeldruk. De gewenste kogeldruk is meestal tussen de 50 en 80 kilogram. Om deze snel te bepalen kun je 75 kilogram aanhouden. Controleer de kogeldruk met de boot op de trailer.
  • Je kunt de kogeldruk meten met een kogeldrukmeter (disselweger) of een gewone personenweegschaal. Het is van belang dat de trailer horizontaal (waterpas) staat. Leg bij een personenweegschaal een plank op de weegschaal om de kracht over een groter oppervlak te verdelen. Zet vervolgens een stuk hout rechtop tussen de koppeling en de plank en laat de trailer daarop steunen.
  • Bij een te lage kogeldruk leunt de boottrailer onvoldoende op de trekhaak. Dan is er te weinig de stabiliteit van de combinatie. De boottrailer kan hierdoor gaan slingeren bij zijwind en inhalende vrachtauto's, en dat is erg gevaarlijk. Gaat de combinatie toch slingeren rem dan zo hard mogelijk.
  •  Bij een te hoge kogeldruk kan de auto te ver doorveren (en heeft dan te weinig grip bij de voorwielen).
  • Als het zwaartepunt van de boot zich boven het hart asstel (tandemas) of de hart as (enkelasser) dan is de koppelingsdruk in de meeste gevallen goed.
    Als de kogeldruk niet optimaal is dan kun je deze vergroten of verkleinen door de boot naar voren of achteren te verplaatsen. Dit kun je instellen door het verplaatsen van de liersteun.
  • Monteer de losbreekkabel. De breekkabel zorgt ervoor dat een ongeremde boottrailer blijft aangekoppeld wanneer deze onverhoopt los komt van de auto. Bij een geremde boottrailer zal de kabel zorgen dat de boottrailer zelf remt en tot stilstand komt (de breekkabel breekt daarbij los). 
  • Na het aansluiten van de verlichtingsstekker controleer of de verlichting van de boottrailer functioneert. Als je een 7-polige stekkerdoos op de auto hebt dan kun je met een adapter de koppeling maken met de 13-polige stekker van de boottrailer. Het gaat dus om een adapter type 7-polig naar 13-polig in plaats van 13 naar 7 polig. 
  • Zet het neuswiel omhoog. Zorg bij kleinere neuswielen dat het neuswiel in de inkeping komt zo dat deze vast komt te zitten en klem het neuswiel vast tegen de trailer.
  • Controleer de banden jaarlijks op droogtescheuren. Controleer de juiste bandenspanning voor de veiligheid, om brandstof te besparen en beperk zo bandenslijtage. 
  • Het toegestaan maximaal trekgewicht van de auto is berekend op het gewicht van de trailer met boot (en motor). Dus hou rekening met de belading.
  • Klik bij een ongeremde boottrailer de kentekenplaat vast op de lichtbak (verlichtingsbak aan achterzijde trailer). 
  • De boot mag nooit aan de voorzijde van de koppeling van een aanhangwagen uitsteken. Bij het draaien zal deze tegen de auto botsen.
  • De boot mag tot 20 centimeter aan elke zijkant uitsteken, anders moet de boot voorzien zijn van markeringsborden.
  • De totale breedte van de boottrailer mag nooit meer bedragen dan 2,55 meter.

 

Instellen van de koppelingshoogte (alleen bij hoogteverstelbare trekdissels)

  • De hoek tussen de trekdissel en het tussenstuk is van –10° tot +49° verstelbaar. Het aandraaimoment is afhankelijk van het toelaatbare grens gewicht van de aanhanger en de lengte van het tussenstuk. (zwenkarm lengte).
  • Het nauwkeurige aantrekdraaimoment vindt u in de aanbouw-instructies voor de hoogteverstelbare trekinrichting.
  • Tussen de trekdissel en de oploopinrichting kan naar keuze een hef- en verstelinrichting worden ingebouwd. De stuurarmen van deze verstelinrichting laten een zwenkarm van –10° tot +49° in zes verschillende hoek posities toe. 
  • Afstellen:
    Na het verwijderen van de borgclips aan de spanmoeren kunnen deze worden losgedraaid tot de tanden vrij zijn. Daarna kan de hoekpositie van het tussenstuk worden gewijzigd.
  • Er moet in ieder geval op worden gelet dat de oploopinrichting, en dat de trekinrichting altijd parallel t.o.v. de trekdissel staat. Als dit niet het geval is mag niet worden gereden!
    Na het afstellen van de koppelingshoogte worden de kerfvertandingen met de spanmoeren samengespannen en met de borgclips tegen losdraaien beveiligd.

 

Controle van nieuwe voertuigen

Na de eerste rit, uiterlijk na 50 km moeten de wielmoeren worden nagekeken.
Controleer voor iedere rit:
- toestand van de banden/genoeg luchtdruk?
- functie van de verlichting
- disselsteunwiel omhoog en gefixeerd? (het steunwiel moet altijd parallel t.o.v. de rijrichting zijn.)
- kogelkoppeling veilig gearreteerd? (de kogelkoppeling moet zich goed om de kogel hebben gesloten. Je kunt dit aan de opgeplakte resp. ingekerfde markering in de trekkogelkoppeling (zie 2) aflezen). De aanhanger mag alleen dan worden gereden als de wijzer naar het groene veld met de "+" markering wijst!
- breekkabel aangehaakt?
- handrem losgezet?
- bij hoogteverstelbare trekinrichting: vaste zit van de scharnieren?
- beveiliging van de bouten?

 

Beginselen voor een veilig aanhangergebruik

  • Een overbelading en daarmee een overbelasting van de chassisonderdelen is niet toelaatbaar
  • Externe veranderingen van het zwaartepunt door verkeerde belading moet per se worden vermeden.
  • Zware voorwerpen zijn in het bereik van de assen zo diep mogelijk op te bergen.
  • Geen overbelasting door een onverantwoorde of ruwe manier van rijden of verkeerde behandeling. Slagen en stoten moeten worden vermeden.
  • De rijsnelheid moet aan de rijbaan en de belading resp. de belading van de aanhanger worden aangepast. Dit geldt in het bijzonder voor bochten.
  • Noteer het chassisnummer voor opsporing na diefstal. Als de boot op de boottrailer staat zorg dan voor een CCV / SCM gekeurd koppelingsslot (ook als deze is aangekoppeld aan een auto) om diefstal van de trailer en boot te voorkomen (en bij langdurig parkeren op de openbare weg aanvullend een wielklem - Overigens mag je in de meeste gemeente maximaal 3 dagen de boottrailer op de openbare weg parkeren). Deze maatregelen worden veelal ook door verzekeraars vereist. 
  • De boottrailer valt onder je WA-dekking van je autoverzekering mocht je schade veroorzaken. Dit geldt alleen wanneer de boottrailer op dat moment aan de auto gekoppeld is. Neem een aanhangwagenverzekering mocht je schade veroorzaken als de boottrailer niet aan gekoppeld is of bij schade van buitenaf (bijvoorbeeld brandschade) of bij diefstal. Een volledig casco (allrisk) dekking voor een boottrailer met een waarde van 2.000 euro kost ongeveer 72 euro op jaarbasis. Ga na of de boottrailer onder de inboedelverzekering valt dat komt namelijk voor wanneer er geen kentekenverplichting is. 

 

Boot te water laten:

  • Belangrijk: Sluit de eventuele geopende lensplug (meestal aan de de onderkant van de spiegel (achterzijde)). 
  • Denk eraan de lichtbalk van de trailer vóór het laden en het lossen te verwijderen. Hang de stekker zo op dat de stekker niet onder water kan komen.
  • Maak het eventuele kantelmechanisme gereed door deze los te koppelen.
  • Zorg dat de buitenboordmotor is gekanteld om te voorkomen dat de propeller de grond raakt.
  • Rij de auto met trailer achteruit rijden naar de helling met geopende ramen voor communicatie. Bij de helling controleert iemand of de boot goed te water komt en bijvoorbeeld geen stenen of andere obstakels raakt in of uit het water. 
  • De trailer hoeft niet al te diep in het water (tot de as van de wielen, het beste is als de as droog blijft). Met de lier de boot laten zakken. Let op dat de ratel je kan verwonden als deze wordt losgelaten.
  • In de boot zit eventueel een persoon (aan voorkant instappen) om controle te houden en om met twee lijnen de sloep op koers te houden en langszij de wal te manoeuvreren.

 

Boot uit het water halen:

  • Verwijder de lichtbak en zorg dat de stekker niet te water komt.
  • Zorg dat twee lijnen aan boord gereed liggen. Zorg eventueel voor iemand in de boot die controle kan houden.
  • Maak de lierband vast aan het traileroog. 
  • Manoeuvreer de boot met behulp van de lijnen recht achter de trailer. Zorg dat de boeg recht voor de kimrol komt en trek de boot op de trailer met de lier. 
  • Zet de boot altijd vast aan de lier voorop, hierdoor kan de boot niet naar achteren verschuiven tijdens het vervoer. 
  • Let op de trailer moet altijd nog op de boot worden afgesteld (dit kan je zelf verzorgen of bij geen ervaring door een watersportbedrijf). Het op de juiste positie zetten van de boot ten opzichte van de boottrailer ofwel het instellen van de rollers, stempels, boegsteun en assen en daarmee remsysteem is van groot belang.
  • Het is van belang dat rollen aan de grootte van de boot aangepast worden, zodat de grootste druk aan de kiel en aan de kim is (de hoek waar de vloer in de zijkant overgaat). Kielrollen (dat zijn de onderste rollen) dragen het gewicht. Als een kielrol de boot niet ondersteunt stel deze dan hoger in (dat kan terwijl de boot op de trailer ligt). De kimrollen zorgen voor de juiste verticale ondersteuning van je boot. Het beste kun je deze vrij laag stellen voordat je de boot op de trailer laadt (zodat de boot op de kielrollen steunt). Vervolgens stel je de kimrollen zo hoog mogelijk. Als een kiel(boot) hoger is kan met name de achterkant strakker worden vastgezet door stempels toe te passen in plaats van rollen.
  • Plaats bij brede boten een set extra opdraaistempels voor extra stabiliteit. 
  • Denk eraan de boot op de trailer vast te binden met 2 of meerdere ratelspanbanden met ratel. Een lengte van 5 meter is meestal voldoende en een werkspanning van 1.000 kilogram. Anders kan de boot van de trailer geraken door bijvoorbeeld wind of een aanrijding. Om de boot te beschermen kun je speciale hoekbeschermers, schuimrubber, een doek of karton gebruiken tussen de sjorband en de boot.
  • Zorg voor een goede spreiding van de spanbanden. Zet een spanband op een kwart bootlengte van de boeg (voorzijde). Plaats ook een spanband op een kwart bootlengte van de spiegel (achterzijde). Maak waar mogelijk gebruik van de speciale oogbouten. Als een boot speciale punten zoals een kikker heeft waar een spanband makkelijk doorheen geleid kan worden dan is dat de beste optie.
  • Let op dat je de band van de spanband zover mogelijk door de ratel heen trekt alvorens de ratel te gebruiken. Zo voorkom je dat er teveel band vast komt te zitten in de ratel.
  • Controleer of de boot niet meer zijdelings kan bewegen anders zit de boot niet goed vast op de boottrailer.
  • Zet een RIB boot altijd vast aan de polyester romp in plaats van over de tubes (om slijtage en lekkage en daardoor een los liggende RIB te voorkomen).
  • Monteer de lichtbalk weer en controleer of de verlichting functioneert.
  • Zet luiken en losse uitrusting vast omdat anders deze voorwerpen uit de boot kunnen vallen of waaien.
  • Spoel de trailer af als deze in contact is geweest met zout water met name de binnenkant van de remtrommels. 
  • Overweeg de aanschaf van een anti slingerkoppeling (stabilisatorkoppeling). Zo breng je de trailer weer in balans te brengen mocht deze onverhoopt gaan slingeren door bijvoorbeeld zijwind of slecht wegdek. 
  • Open de lensplug bij (meestal aan de de onderkant van de spiegel (achterzijde) van de boot zodat het aanwezige water eruit kan lopen. 

 

 Boottrailer afkoppelen:

  • Zet de boottrailer op de handrem indien beschikbaar.
  • Plaats wielkeggen bij een schuine ondergrond om te voorkomen dat de trailer wegrijdt.
  • Ontkoppel de breekkabel en verlichtingsstekker. 
  • Alle KNOTT-trekkogelkoppelingen zijn met een veiligheids-controleaanwijzer toegerust. Deze bestaat uit duidelijk ingekerfde symbolen, die met een rood – groenrood etiket met dezelfde symbolen overgeplakt zijn, en uit een wijzer. Wanneer het etiket beschadigd is, wordt het verwijderd en de inkerving gebruikt, of het etiket wordt vernieuwd, waarbij de scheidslijnen van etiket en inkerving overeen moeten stemmen.
  • Om te openen koppelhandvat omhoog trekken en dan naar voren zwenken. (De koppeling blijft vanzelf in de "geopend" stand waarbij de wijzer naar het rode veld met het grote "X" wijst.)
  • Beweeg de koppelingsgreep omhoog en vervolgens naar voren om de koppeling te openen. Draai vervolgens het neuswiel omhoog, dan blijft de koppelingsgreep omhoog staan en is de boottrailer afgekoppeld.
  • STOP! Met de aanhangwagen mag in deze stand in geen geval worden gereden.
  • Let op! Niet met de vingers in de geopende trekkogelkoppeling komen! Al een kleine druk op de bolkap kan het veerbelastte sluitmechanisme activeren en tot verwonding van de vingers leiden.

 

Gebruiks- en onderhoudsinstructies KNOTT-chassiscomponenten met bedrijfsvoorschriften:

De volgende gebruiks- en onderhoudsinstructies met gebruiksvoorschriften gaan over KNOTT-chassiscomponenten. Ze maken deel uit van garantiebepalingen; bovendien zijn de desbetreffende gebruiksvoorschriften van de producent in acht te nemen. Om de veiligheid bij het gebruik en in het verkeer te behouden moeten de onderhoudswerkzaamheden volgens de voorgeschreven intervallen worden doorgevoerd. Onderhoud, reparaties resp. vervanging van aan slijtage onderhevige onderdelen aan het onderstel en in de reminstallatie mogen uitsluitend door een gekwalificeerde garage worden doorgevoerd. Er mogen uitsluitend originele KNOTT vervangingsdelen worden gebruikt, om
a) de functie en veiligheid te garanderen,
b) waarborg- en garantieclaim te behouden,
c) de bedrijfstoestemming volgens nationale en internationale voorschriften te behouden
De reminstallatie, in het bijzonder de oploopinrichting, de wielremmen en ook de dissel zijn volgens de geldige EG-richtlijnen gekeurd en mogen alleen in de goedgekeurde combinatie worden gebruikt. KNOTT-chassis bestaan uit de trekkogelkoppeling, de oploopinrichting, de overbrengingsinstallatie, de wielremmen in verbinding met KNOTT-rubber-, torsie- en staal-torsie-veerassen en evt. de dissel, de trekstangen of de langsliggers.

  • Montage van de trekogen/trekkogelkoppelingen: Reparatie-, afstellings- en ombouwwerkzaamheden mogen uitsluitend door gekwalificeerde garages als in "KNOTT Onderhouds- en reparatie-instructies" genoemd worden doorgevoerd. Om de onberispelijke functie van alle chassiscomponenten te garanderen, mogen alleen KNOTT vervangingsstukken worden gebruikt. Zo niet verliest de bedrijfsvergunning en de verzekering voor aanhanger en trekvoertuig zijn geldigheid.
  • Oploopinrichtingen:
    • Veel KNOTT-oploopinrichtingen zijn naar keuze met mechanische of met hydraulische remkrachtoverbrenging leverbaar. Op de bijzonderheden van de hydraulische oploopinrichting wordt in een andere gebruiksaanwijzing gewezen.
      Er staan meerdere basisuitvoeringen ter beschikking:
      a) de oploopinrichting uit de bouwserie "KF" (uitvoering in blik tot 3000kg) en "KFG"(uitvoering in gietwerk tot 3500kg) voor de montage op V-dissels/trekstangen
      b) de oploopinrichting van de serie "KR"; uitvoering als buis tot 3500 kg.
      c) de oploopinrichtingen van de bouwserie "KRV" voor de montage op een buisdissel (als gedeelte van het chassis-raam)
      d) en de oploopinrichtingen KFZ, die uitsluitend voor het gebruik in draaischamelaanhangers op de trekvork "KLZ" is bedoeld.
      De standaarduitvoering van alle oploopinrichtingen zijn met een krachtopslag-handremhefboom, in het kort "KH" met een mechanische veeropslag toegerust. Voor de oploopinrichtingen van de series KF7,5 –20 staat sinds enige tijd een nieuwe variant van de krachtopslag-handrem met gasveerondersteuning, in het kort "GF" als verdere keuzemogelijkheid ter beschikking. Voor verschillende typen van de series KF en KFG is naar keuze een handremhefboom met tandsegment en veeropslag, in het kort "HF" leverbaar.
    • Het verschil tussen de systemen met krachtopslag (KH en GF) en tandsegment-hefboom (HF) ligt erin dat er bij de "HF"-uitvoering (tandsegment) de veeropslag door de handremhefboom in ieder geval tot de laatste tand moet worden voorgespannen.
    • Bij de uitvoeringen "KH" of "GF"-handremhefbomen is de veeropslag al in de losse stand voorgespannen. Wordt de handrem uit de nulstand over het zogenaamde dode punt aangetrokken wordt hiermee de voorgespannen krachtopslag automatisch bedient. Bij dit systeem is maar weinig kracht nodig.
    • Belangrijk is dat zowel de veeropslag bij de uitvoering "HF" als de veeropslagen van de uitvoeringen "KH" of "GF" alleen de taak hebben, bij een aangetrokken handrem een loslaten van de wielremmen met terugrij-automaat te verhinderen. Dit zou kunnen gebeuren, wanneer de aanhanger zich achteruit beweegt en daarbij de remblokken door de terugrijautomaat tot loslaten worden gebracht. De voorgespannen veerkrachten verhinderen dit loslaten van de remblokken door de remblokken over het remstangenstelsel en de wielremkabeltrekken weer aan te trekken.
    • De oploopinrichting moet na 5000km of uiterlijk na een jaar aan beide smeernippels worden nagesmeerd. Bovendien zijn alle bewegende delen als bouten en scharnieren van de handremhefboom en balanshefboom gemakkelijk te oliën. anneer de trekstang zich bij ingelegde handrem verder dan tot de helft laat inschuiven (ca. 45mm), moet de reminstallatie onmiddelijk worden nagesteld. 
      Aanspreekdrempel controleren; bij geparkeerde aanhanger de handrem inleggen en de aanhanger langzaam achteruit schuiven, tot de handremhefboom de achterste eindpositie heeft bereikt. Daarna de trekkogelkoppeling/trekstang in de oploopinrichting inschuiven. Het inschuiven vereist al naar gelang de oploopinrichting wat krachtinspanning. De trekstang moet door de gasvulling in de hydraulische demper weer vanzelf in de nulpositie teruggaan. Wanneer dit langer dan 30 seconden duurt, moet de oploopinrichting in een gekwalificeerde garage worden gecontroleerd.
  •  Montage van de Rem-installatie: Reparatie,- afstellings- en ombouwwerkzaamhedenmogen uitsluitend door gekwalificeerde garages volgens de "KNOTT onderhouds- en reparatuurinstructies" worden doorgevoerd. De handremhefboom van de uitvoering "KH" staat in losse stand onder voorspanning. De rode veiligheidsschroef M10 pas dan verwijderen, nadat de oploopinrichting en het remstangenstelsel in de aanhanger zijn gemonteerd en de gehele reminstallatie is afgesteld. Voor het uitbouwen van de oploopinrichting en bij onderhouds- en reparatiewerkzaamheden of bij demontage van de reminstallatie moet de veiligheidsschroef in ieder geval weer worden vastgedraaid! Wordt dit niet in acht genomen, kunnen er verwondingen optreden omdat de remhefboom over de voorgespannen veer plotseling kan worden geactiveerd.
  • Afstellen van de Rem-installatie: Onderhouds- en afstellingswerkzaamheden aan de reminstallatie mogen uitsluitend door gekwalificeerde garages volgens de "KNOTT onderhouds- en reparatievoorschriften" worden doorgevoerd.
  • Onderhoud: Om te bereiken, dat de boottrailer lang in een goede staat verkeert moet hij door vakmensen volgens de door de producent voorgeschreven inspectie-intervallen worden gekeurd en onderhouden. Wij bevelen aan, vooral de werkzaamheden aan de as en aan de reminstallatie in gekwalificeerde garages te laten doorvoeren. Bij gering gebruik moeten de onderhoudsmaatregelen tenminste een keer per jaar worden doorgevoerd. Beschadigde delen resp. delen van de reminstallatie resp. van het chassis moeten meteen tegen originele vervangdelen worden uitgewisseld.
  • Trekkogelkoppeling: Om redenen van soepelheid en veiligheid moet de koppeling tenminste om het halve jaar of bij stroefheid meteen met gebruikelijk machine- of desnoods motorolie aan alle bouten en bewegende delen worden gesmeerd. Met uitzondering van alle stabilisatiekoppelingen is ook de kogelopname gemakkelijk te smeren.
  • Wielmoeren: Na de eerste 50 km of 50 km nadat een wiel vervangen is moeten de moeren worden gecontroleerd. Aanbeveling van aandraaimomenten:
    Wielmoer sleutelwijdte aandr.mom M12x1.5 SW 19 (17) 80-90Nm M14x1.5 SW 19 110-120 Nm Bovendien moeten de aanbevelingen van de velgenproducent in acht worden genomen! De wielmoeren moeten overdwars worden aangetrokken. Wanneer er een wiel werd vervangen, moet bij de volgende gelegenheid het voorgeschreven aandraaimoment met een draaimomentsleutel worden gecontroleerd.
  • Wielremmen: De remvoeringen van de wielremmen zijn aan slijtage onderhavige delen. Daarom moeten de remvoeringen om de 5000km en uiterlijk na een jaar door de kleine kijkgaten aan de achterkant van de wielremmen worden gecontroleerd. Een zeker teken voor een sterke slijtage van de remvoering is wanneer deze zich bij de controle van de oploopreminstallatie als onder punt 6.2.2 beschreven meer dan 45 mm laat inschuiven. In dit geval moeten de wielremmen door een gekwalificeerde garage worden nagesteld en zo nodig moeten de remblokken worden vervangen.
  • Wiellager: De wielnaven zijn met een onderhoudsvrije hoekcontactkogellager toegerust. In afstanden van circa 5000km moet de zijdelijke lagerspeling worden gecontroleerd, door bij opgekrikte aanhanger na te gaan, of de wielen een zijwaartse speling hebben. Mocht er een voelbare speling zijn moet de aanhanger door een gekwalificeerde garage worden nagekeken. KNOTT-rubberveer- en draaischuifveerassen zijn over het algemeen onderhoudsvrij. Bij draaistangveerassen moet de lagering van de slingergolf om de 5000km resp. tenminste 1x per jaar met gebruikelijk smeervet worden nagevet. Bij bijzondere assen met aanvullende oplegpunten moeten deze eveneens net zo worden nagesmeerd.
  • V-dissel/langsliggers: Beschadigde resp. gedeformeerde langsliggers, in het bijzonder de trekstangen moeten onmiddelijk worden vervangen. Deze elementen mogen voor het verdere gebruik in geen geval worden rechtgebogen. Bij bepaalde chassistypen zijn de langsliggers en de V-dissel door speciale schroeven met elkaar verbonden. Bij regelmatige onderhoudsintervallen moeten alle schroefverbindingen worden gecontroleerd en zonodig aangetrokken. Let op het toelaatbare aandraaimoment!
  • Hoogteinstellingsinrichting: (alleen hoogteverstelbare trekdissels): De radiale kerfvertandingen moeten tenminste een keer per jaar van passingroest of andere verontreinigingen worden gereinigd, opdat de goede pasvorm blijft behouden. De schroefdraadbouten en scharnierpunten moeten een keer per jaar, in ieder geval echter bij stroefheid worden gesmeerd. Het aandraaimoment van de spanmoer moet worden gecontroleerd.
  • Handrem inleggen: Bij de oploopinrichtingen met "KH" of "GF"-handrem is het toereikend de handremhefboom over het dode punt te trekken. De veeropslag zorgt dan voor een toereikende aanvullende spanning van de wielremmen. Bij oploopinrichtingen met "HF"-tandsegmenthandremhefboom moet deze in ieder geval tot de laatste tand worden voorgespannen. Dit is nodig, om genoeg wegreserven ter overbrugging van de terugrij-automaat in de veeropslag te houden.


«   »