Showroom, Sloepen en motoren op voorraad, Deskundig aankoopadvies

Home » Blog » Handleiding sloep

Handleiding sloep

Deze handleiding is bedoeld om je uitleg te geven over jouw sloep en om je te helpen veilig en met plezier gebruik te maken van jouw Sloep. Lees deze handleiding goed en aandachtig door, voordat je met jouw Sloep gaat varen. Deze handleiding is voor je gemaakt om kennis te maken met de kenmerken, tips en adviezen, waardoor je op een veilige en juiste wijze gebruik zult maken van jouw Sloep. Als er – ondanks zorgvuldig doorlezen van deze handleiding – nog iets niet duidelijk is, neem dan contact op.

 

Inleiding

Het nut van deze handleiding is om je te helpen zo veilig mogelijk en dus met plezier met jouw nieuwe Sloep om te gaan. De handleiding bevat algemene gegevens over jouw Sloep en ook gegevens betreffende hantering en onderhoud van jouw Sloep. Wij bevelen je aan om de handleiding nauwkeurig door te lezen om de sloep en de uitrusting vóór de eerste vaart te leren kennen.

 

Als de Sloep jouw eerste sloep is, of als dit type vaartuig nieuw is voor je, maak je dan eerst vertrouwd met de eigenschappen en het gebruik, voordat je zelfstandig het roer in handen neemt. Jouw verkoper en de nationale of plaatselijke watersportvereniging zullen zekere bereid zijn je te informeren over plaatselijke vaarscholen of competente instructeurs.

 

De handleiding bevat tevens algemene informatie en nuttige tips voor de eigenaar van de sloep.

 

Fabricage van de sloep

De vervaardiging van de sloep gebeurt in een vorm. Deze wordt met een laklaag, de gelcoat, bespoten. Daarna legt men er enkele in polyester gedrenkte glasvezellagen op. Dan worden de vloer, banken en alle overige inbouwdelen gemonteerd en alle binnenste delen nog eens met een lak, de topcoat, gedekt. Na uitharding van het materiaal wordt de sloep onder (lucht- of water-) druk uit de vorm gedrukt. De markeringen in de gelcoat die hierdoor ontstaan, beïnvloeden op geen enkele wijze de kwaliteit van de sloep. Het gaat hierbij slechts om afdrukken van het oppervlak.

 

Let op! Informeer bij jouw dealer of bij de fabrikant, welke wijzigingen je zelf aan de sloep kunt doorvoeren, en vooral wat je NIET zelf mag wijzigen. Je kunt jouw eigen veiligheid op het spel zetten en de fabrieksgarantie kan komen te vervallen. 



Ontwerpcategorie CE-Markering

De afkorting CE staat voor Conformit Europe (Conformité Européenne). Producten met een CE-sticker voldoen aan de Europese eisen voor die productgroep. De letters zijn afgeleid van twee cirkels die elkaar net overlappen en Brussel heeft zelfs bepaald dat de letterhoogte minimaal 5 mm moet zijn. De CE-markering is GEEN te verdienen keurmerk, maar een herkenningsteken, dat de producent/leverancier kan aanbrengen om duidelijk te maken, dat zijn product voldoet aan ALLE van toepassing zijnde Europese richtlijnen (wettelijke eisen). Althans het exemplaar, dat hij aanbood voor keuring, want het is een misverstand te denken, dat alle zelfde producten daarna afzonderlijk gekeurd worden. Nieuwe werfgebouwde schepen met een lengte tussen de 2,5 en 24 meter zijn sinds juni 1998 voorzien van een CE-keur, met identificatienummer, de z.g.n. CIN-code. Dit betekent dat het gekeurde schip voldeed aan bepaalde veiligheidseisen inzake sterkte, stabiliteit, stuurgedrag en brandveiligheid.

Het CE-keur is een ISO (industrie standaard) nummer (12217 - 1, 2 of 3), waarbij het subnummer de volgende betekenis heeft: 

  •  1 = niet zeilschepen van 6 tot 24 meter.
  •  2 = zeilschepen van 6 tot 24 meter.
  •  3 = schepen kleiner dan 6 meter.

 

De "Wet Pleziervaartuigen" omschrijft de categorieën als volgt:

  • CE-A: Oceaan, windkracht > 8 Bft en golfhoogte > 4 meter.
  • CE-B: Zee, windkracht < 8Bft en golfhoogte tussen 2 en 4 meter.
  • CE-C: Kust, kustwateren, baaien, riviermondingen, meren en rivieren, windkracht tussen 4 en 6 Bft en golfhoogte t/m 2 meter.
  • CE-D: Beschut op kleine meren, rivieren en kanalen, windkracht t/m 4 Bft en golfhoogte t/m 0,5 meter.


De keuring en certificering volgens de wet van dit vaartuig is uitgevoerd door een officieel instituut. De CE-markering is vermeld op het “plaatje van de bouwer” dat op de boot te vinden is. Op dit plaatje staan de volgende gegevens:

 

  • Naam van de Fabrikant
  • Model
  • Ontwerpcategorie
  • Maximaal laadvermogen
  • Maximaal aantal personen
  • Max PK/KW
  • CE-Markering CE

 

Het Hull Identification Number (H.I.N.) bevindt zich aan stuurboordzijde op de achterspiegel van jouw Sloep onder de stootrand. De H.I.N.-code (een nummer) moet altijd leesbaar zijn en mag nooit verwijderd, gewijzigd of anderszins onleesbaar worden gemaakt.

 

Wanneer jouw Sloep met de gemonteerde buitenboordmotor harder kan varen dan 20 km/h, dan zal je jouw sloep moeten laten registreren als snelle motorboot. Ook dien je registratietekens te voeren op de boot. Het registratiebewijs snelle motorboot dien je aan boord te hebben en om de sloep te besturen moet je in het bezit zijn van een geldig vaarbewijs. 
Als je op een snelle sloep vaart dan is het verplicht om voor elke opvarende een reddingsvest (minimaal 100 N (dus geen zwemvest) ; 100N vesten zijn bedoeld voor gebruik in beschutte wateren met lichte kleding. Dit zijn vaak de bekende oranje reddingsvesten met kraag (hoe hoger de N waarde hoe groter het drijfvermogen)) aan boord te hebben en een brandblusser van minimaal 2 kilogram (een poederblusser van 4 kilogram is een mooie optie die past meestal in het motorruim). Neem een poederblusser, dat is een goedkope brandblusser die goed tegen vorst kan en een hoge bluscapaciteit heeft. Een poederblusser is geschikt voor vrijwel alle type branden (klasse A: vaste stoffen, Klasse B: vloeistoffen, C: gassen, D: metalen). Een poederblusser kan nevenschade geven maar dat is bij een brand bijzaak. 

Veilig varen, wat heb je daarvoor nodig?

Wees er vóór de afvaart zeker van, dat het volgende aan boord is (en we bevelen je van harte aan daar daadwerkelijk zorg voor te dragen):

  • Zwemvesten
  • Lenspomp of hoosvat
  • Touwen /lijnen die bij evt. sleep aanwezig moeten zijn
  • Handleiding van de motor
  • Brandblusser
  • Zeenoodseinen
  • Anker met ankerlijn
  • Zorg dat je altijd een (uitschuifbare) roeipeddel (met bootshaak) aan boord hebt.

Veiligheid

  • Alle bemanningsleden dienen een geschikte training te krijgen.
  • De belading zal niet meer zijn, dan de door de fabrikant aanbevolen maximale belasting.
  • De stabiliteit van de sloep wordt verkleind door er een hoger gewicht in te plaatsen.
  • Bilgewater moet tot een minimum worden beperkt. Zorg voor een bilgepomp met een capaciteit van 25 tot 40 liter per minuut (van belang bij een lekkage). Dit kan een (automatische) elektrische zijn of een handlenspomp (ook verkrijgbaar met een capaciteit van 50 liter per minuut). 
  • Bij slecht weer dienen luiken, afsluiters en ingangen gesloten te zijn, om het risico van vollopen te beperken.
  • De stabiliteit wordt verkleind bij het hijsen van zware gewichten in een davit of een laadboom.
  • Compartimenten gemarkeerd met 'luchtkast' mogen niet worden lekgemaakt.
  • Brekende golven zijn een serieus stabiliteitsprobleem, dat niet onderschat mag worden.
  • Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar/bestuurder om ten minste een hoosemmer aan boord te hebben, die je ergens aan vast dient te maken om overboord vallen te voorkomen.

 

Algemene waarschuwingen en aandachtspunten

Let op:

Je mag nooit:

  • Veiligheidsknoppen blokkeren, bijvoorbeeld brandstofafsluiters, gasafsluiters, schakelaars van het elektrische systeem.
  • Gaslampen in de sloep te gebruiken.
  • Systemen veranderen (bv. elektrisch, brandstof en gas) of systemen door ongekwalificeerd personeel laten veranderen. (Hierdoor vervalt de garantie!)
  • Roken tijdens het werken met brandstof of gas.
  • Aan de elektrische installatie werken, wanneer deze in bedrijf is. 
  • De nominale stroomsterkte van de overbelastingsbeveiliging(en) wijzigen.

 

Anker

Een geschikte ankerlijn is gemaakt van gevlochten polyester inclusief RVS kous van 10mm. Deze lijn zinkt, is slijtvast heeft voldoende rek heeft om de krachten tijdens het ankeren van bijvoorbeeld golven te absorberen. 
Neem ongeveer 5 keer de waterdiepte als ankerlijn (bij weinig wind minder en bij veel wind meer). Het Veluwemeer heeft een diepte van 3 meter. Voor in de Benelux  zal in de meeste gevallen 20 meter ankerlijn voldoende zijn.

Bij een sloep tot 6 meter is een anker van 4 kilogram geschikt, van 4 tot tot 6,5 meter 6 kilogram en van 6,5 tot 7,5 meter 8 kilogram. Een paraplu-anker neemt weinig ruimte in en zet zich door de holle vloeien goed vast in de meeste bodemsoorten.
Ankeren is niet alleen een anker overboord gooien. Je moet met de boeg in de wind stilliggen. Anker uitgooien en langzaam achteruitvarend. Ongeveer drie keer de diepte aan ankerlijn geven en dan ankerlijn vast zetten. Nog klapje achteruit om te kijken of je anker goed pakt… en het de kans geven om in te graven.

Veiligheid

Tijdens de vaart mag zich niemand op het voordek of op de rand van de zittingen bevinden. Vermijd het staan in de boot en gebruik altijd zwemvesten. 

Altijd het dodemanskoord van de motor aan de bestuurder bevestigen.

 

Zicht vanaf de hoofdstuurstand

Het zicht vanaf de hoofdstuurstand kan belemmerd worden bij het varen met grote trimhoeken van het vaartuig of door andere factoren veroorzaakt door:

  • vertrimming door voortstuwing
  • (foutieve) belading en gewichtsverdeling
  • snelheidsveranderingen
  • vaarcondities
  • regen- en boegwater
  • schemering en mist
  • interieurverlichting
  • positie van de cabriokap
  • personen of verplaatsbare uitrusting

 

De internationale regels ter voorkoming van aanvaringen (COLREG) en goed zeemansschap vereisen, dat te allen tijde goed moet worden uitgekeken, rekening houdend met de geldende uitwijkregels. Wees er zeker van, dat er zich geen andere schepen op jouw route bevinden vóórdat je doorvaart. Het zicht van de stuurstand kan met name door de opstaande cabriokap belemmerd worden. In dit geval moet je staande sturen om zodoende een goed zicht naar voren en naar achteren te hebben, zoals vereist binnen de internationale regels ter voorkoming van aanvaringen (COLREG) en de vaarreglementen.

 

Milieu Aspecten

  • Vermijd te allen tijde brandstof- en olielekkage.
  • Vermijd te allen tijde geluidsoverlast.
  • Houd je aan de maximumsnelheid –vermijd hierbij de vorming van golven in nabijheid van andere vaartuigen.
  • Gebruik zo min mogelijk reinigingsmiddelen, verf en andere stoffen.
  • Vermijd het lozen van reinigingsmiddelen in het water: maak de sloep aan land schoon, waar deze middelen opgevangen kunnen worden.
  • Gebruik geen oplos- en wasmiddelen.

 

Varen

Het is belangrijk, dat de last in de sloep goed verdeeld wordt. Dit betekent, dat alle personen moeten zitten, zodat het gewicht gelijkmatig verdeeld is. Dit geldt in het bijzonder voor kleine boten, anders breng je de manoeuvreercapaciteit in gevaar. Vóór het varen dien je de boot te lenzen, zodat er zich geen onnodig gewicht in de boot bevindt.

Om een optimale prestatie van de boot te bereiken, kan je de inclinatie hoek van de staart veranderen.

 

Om de sloep veilig te manoeuvreren, moet je de verkeersregels voor vaartuigen kennen. Deze moet je net als de verkeersregels op het land naleven. 

 

Achteruit varen: De sloep wordt bij het achteruit varen in de richting getrokken van de omwenteling van de schroef. Het is daarom belangrijk te weten welke omwentelingen de schroef maakt, indien je achteruit vaart. Als je bij het vooruit varen een linksdraaiende schroef heeft, dan heb je een rechtsdraaiende schroef, als je achteruit vaart. De sloep zal bij deze manoeuvre naar rechts draaien. Als je bij het vooruit varen een rechtsdraaiende schroef heeft, dan zal je een linksdraaiende schroef hebben, als je achteruit vaart. De sloep zal bij deze manoeuvre naar links draaien.

 

Het keren van de sloep: Oefen de draaicirkel enige malen in een veilige omgeving. Hierdoor wordt je niet verrast in onverwachte situaties.

 

Afmeren: Het is raadzaam van te voren te oefenen bij het afmeren in een veilige omgeving. Denk eraan, dat een te hoge snelheid slechts schade en absoluut geen tijdswinst tot gevolg zal hebben.

 

Boeg- en hekgolven: Houd er rekening mee, dat bij het varen met een te hoge snelheid in nauw vaarwater en dicht langs de wal, de boeg- en hekgolven de wal of beschoeiing zouden kunnen beschadigen. Pas jouw snelheid aan ter voorkoming van onnodige schade. Houd je tevens aan de in het vaarwater geldende maximum snelheid.

 

Verlichting

Na en voor zonsondergang is een toplicht met rondomschijnend wit licht verplicht als je maximaal 13 kilometer per uur haalt en als de sloep korter is dan 7 meter. Anders zijn ook boordlichten (rood/groen) verplicht (1 meter lager dan het toplicht). De boordlichten mogen gecombineerd worden in 1 licht.

 

Starten

- kantel de motor in het water 

- brandstofmotor: controleer het brandstofniveau en schroef de ontluchtingsknop van de brandstoftank linksom draaiend open (een kwart slag totdat je lucht hoort bewegen). Draai je te ver open dan kan de motor teveel zuurstof aanzuigen wanneer de tank leeg raakt. Vul geen brandstof bij bij een draaiende motor. 

- brandstofmotor: knijp net zolang in de brandstofbal totdat deze hard wordt.

- bevestig het dodemanskoord. Deze altijd gebruiken ook bij lage snelheden anders vaart de sloep door en kan deze ook bijvoorbeeld een zwemmer overvaren.

- brandstofmotor: controleer of gashandel in neutraal staat

- brandstofmotor: als de motor niet start met de sleutel. Bij een elektrische start probeer maximaal 5 seconden te starten en wacht vervolgens weer 10 seconden. Het starten vraagt namelijk veel vermogen van de accu. Je kunt de motor eventueel, bijvoorbeeld bij een lege accu, met het trekkoord starten. Trek langzaam tot je weerstand voelt en trek vervolgens hard (daarna pas). Herhaal dit tot de motor start. Als de motor nog niet start controleer of de bougiedop vast zit of de zekering niet is doorgebrand.

- brandstofmotor: controleer altijd of een waterstraal uit de motor komt (anders werkt de koeling niet)
- brandstofmotor: laat de motor gedurende 2 tot 3 minuten draaien om op temperatuur te komen.

 

Als het motortoerental schommelt of de brandstofmotor afslaat tijdens het varen.

Loop dan de volgende aandachtspunten na:

- ontluchtingsknop brandstof tank een kwartslag geopend?

- De belangrijkste veroorzaker van problemen zijn is de brandstof. Tank brandstof (Euro 98 / E5 is geschikt voor brandstof buitenboordmotoren) of ververs eventuele oude (ouder dan 4(!) weken) of vervuilde brandstof. Tank bij voorkeur een premium brandstof zoals Shell V-Power, BP Ultimate of Esso Synergy Supreme die geen bio ethanol bevatten en anders gewone Euro 98 / E5. De premium brandstoffen hebben ook een reinigende functie. "
 Wanneer geen brandstofstabilisator is toegevoegd gaat de brandstof oxideren. Dan ontstaat een troebele substantie, die bezinkt in tanks, brandstofleidingen, carburateurs en injectoren. Dan kunnen zich afzettingen in de verbrandingskamer vormen die steeds verder zullen ophopen." Op problemen met verouderde brandstof wordt geen garantie gegeven. Ga je een buitenboordmotor langer dan 4 weken niet gebruiken? Voeg een brandstofstabilisator (zoals Lindemann Fuel System Cleaner) toe (en vaar een stuk zodat de brandstofstabilisator ook in de motor komt). Belangrijk hiervoor is wel om de tank volledig te vullen zodat er zo min mogelijk lucht (lees: vocht) in de tank aanwezig is. Laat de motor daar een tijdje op lopen, zodat het gehele brandstofsysteem gevuld is met de brandstof met stabilisator. 

- reinig de motor met een brandstoftoevoeging zoals Lindeman Fuel System cleaner, Evinrude/Johnson Fuel system cleaner of Quicksilver Quickleen.

- vervang het brandstoffilter als deze is verstopt (zie handleiding van de motor)
- controleer of de brandstofleiding niet is verbogen of afgeknepen en goed is aangesloten 
- laad de accu bij als de accu leeg is (gebruik een accutester), je kunt de motor met het trekkoord starten

- zet de accupolen vast als deze loszitten

- zet de bougiedop vast als deze los zit 

- verwijder de bougie en reinig deze. Met het, bij de motor geleverde, gereedschapssetje kun je de bougie verwijderen en monteren.

- vervang een doorgebrande zekering als deze is doorgebrand. Als de zekering kapot is zal de accu niet door de motor opgeladen worden. In de motor kun je een een reservezekering vinden. Zie de handleiding van de motor. 
- start de motor exact zoals omschreven in de paragraaf motor starten

Geen oplossing vraag een consult aan

Na het varen

- zet de motor in neutraal

- schakel de motor uit

- verwijder de contactsleutel en het dodemanskoord

- kantel de motor uit het water

- brandstofmotor: schroef de ontluchter van de brandstoftank dicht (tegen explosieve brandstofdampen).

 

Onderhoud (plan de de aspecten die elk kwartaal terugkomen automatisch in in je digitale agenda).  

  • Lees je de handleiding van de motor goed door (deze staat ook op de productpagina van de motor op onze site). Het bevat alle belangrijke aanwijzingen voor een probleemloze vaart. Een nieuwe motor als volgt invaren: eerste kwartier op minimale snelheid. Daarna drie kwartier op 10 tot 30 procent van het maximum vermogen. Het tweede uur op 50 tot 80 procent van het maximum vermogen. Voorkom de opvolgende 10 uur om langer dan 5 minuten op vol vermogen te varen.

  • De motor heeft onderhoud nodig conform de handleiding. Het is van belang om die door een onderhoudspecialist uit te laten voeren alleen al voor de garantie (bewaar daartoe ook de facturen). Het beste moment is na het vaarseizoen. Bij een standaard servicebeurt wordt meestal onder andere de motorolie ververst, het oliefilter en brandstofvervangen en eventueel de anode van de (elektrische en brandstof) buitenboordmotor. Het anodemetaal zorgt voor bescherming tegen beschadiging door corrosie (als deze weggevreten is dan moet deze worden vervangen) met name door zout water. 

  • Controleer elk kwartaal het olieniveau van een brandstof buitenboordmotor. 
  • Controleer van de startaccu van de brandstofmotor ook elk kwartaal het accuvloeistofniveau. Is het niveau te laag (onder de laagste indicatiestreep), dan moet er gedestilleerd water (dus geen accuvloeistof) worden bijgevuld.
  • Omdat jouw sloep dagelijks wordt blootgesteld aan vervuiling als zure regen, zoutaanslag, zwarte strepen of algen, is het ook noodzakelijk om met enige regelmaat jouw sloep te reinigen. Als je jouw sloep maar 1 keer per jaar zou poetsen ontstaat er achterstallig onderhoud. Het weer speelt een belangrijke rol in het onderhouden van jouw boot. De zon kan, als jouw boot vuil is, ervoor zorgen dat deze vervuiling in het polyester van de boot brandt. Hierdoor vindt er verwering plaats. Kleurechtheid en glans nemen af. Hoe langer het vuil en zout op de boot blijft liggen, hoe meer het verweert en hoe moeilijker het is om de boot weer mooi glanzend te krijgen. Daarom is het regelmatig schoonmaken van zo’n groot belang. Na het schoonmaken moet je de sloep in de was zetten minimaal elk kwartaal. De waslaag biedt een uitstekende bescherming tegen invloeden van zonnestralen en zout water. Van een sloep die in de was zit, kan je aanslag en vuil makkelijker verwijderen.
  • Naast sop en een borstel kun je de kabelaring ook schoonspuiten met een hoge drukspuit. De kabelaring kun je losschroeven en draaien. Als de kabelaring rafelig is geworden kun je met een aansteker de draadjes wegbranden.  
  • Vaaraanslag, een bruin-gelige grauwsluier en kalkaanslag, verwijder je met Acid Wash.
  • Ondiepe krassen los je op door te schuren met waterproof schuurpapier, beginnen met korrel 600 met veel water gevolgd door korrel 800. Gevolgd door polijsten met polijstmiddel (bijvoorbeeld Heavy Gloss Renovator). Als je een kras hebt die door de gelcoat gaat waardoor je een witte kras krijgt dan kun je die ook repareren met een gelcoatreparatieset. Oxidatie, kalkaanslag en verkleuring kun je ook met polijstmiddel verhelpen.
  • Kleine luchtbelletjes (pin holes) in de gelcoat (zichtbare laag Polyester) of sterbeschadigingen zijn ook te verhelpen. 
  • Bij vaartuigen die langer dan 3 maanden per jaar in het water liggen geldt ten aanzien van Osmose dat een dampdichte epoxylaag moet worden aangebracht. Bij een boot sloep aan huis is een bootlift een alternatieve oplossing. 
  • Om het onder het wateroppervlak liggende deel van de boot voor algengroei te beschermen, kan je een zelfslijpende antifoulinglak toepassen die de gelcoat-laag een zeer goede bescherming biedt tegen aangroei. 
  • De kussens dienen na het varen beschermd tegen weersomstandigheden opgeslagen te worden. 
  • De cabriokap (ook wel buiskap of bootkap genoemd) met aangeritst kuipzeil kan bij het varen worden opgevouwen of opgerold. Voorkom dat scherpe vouwen en knikken worden vermeden en zorg dat de ramen vlak komen te liggen, zonder vouwen. Maak eerst het venster met de ritsen voor open en klap het raam op het dak. Maak de zijkanten los en vouw deze ook op op het dak. Klap vervolgens het buissysteem in. 
  • Berg de buiskap altijd droog op, in een schone en geventileerde ruimte. 
  • Ritsen en drukknopen moeten gangbaar gehouden worden door ze regelmatig in te spuiten met een teflonspray (zonder vet). Als het invoerstukje van de rits van metaal is moet dit ook goed schoon gehouden worden; de metaallegering waarvan het invoerstukje is gemaakt kan corroderen door de combinatie van vocht en zout.
  • In de eerste weken kan de kap nog beperkt water doorlaten en stug zijn bij het monteren.
  • Hermonteren van bootdoek of bootkap: Plaats jouw bootkap nooit terug bij een temperatuur onder de 15 graden Celsius. De ramen in de bootkap zullen door lagere temperaturen krimpen en er bestaat een kans dat je de kap daardoor stuk trekt. 
  • Voordat je de bootkap teruggeplaatst op de boot dien je de boot eerst zeer grondig te reinigen. Doet je dit niet dan is de kans zeer groot dat de schoon gemaakte kap of een nieuw geplaatste bootkap weer snel zullen beschimmelen. De aanwezigheid van een mycelium (netwerk van wortels van een schimmel) of de sporen van een schimmel zijn met het blote oog niet zichtbaar.
  • De bootkap sluit je door te beginnen met het vastzetten van de voorruit en zo werk je naar achteren toe. Gebruik de snelspanners om aan te trekken en zo de druksluitingen juist te positioneren. Soms is het noodzakelijk om met 2 personen de druksluitingen te sluiten. Mocht je de kap lastig (alleen) kunnen sluiten dan kun je een sluitsysteem als Easy Cabrio laten monteren wat het sluiten vergemakkelijkt. 
  • De bootkap reinig je met een zachte borstel, ter bescherming van de stiknaden, en warm water. Bij voorkeur eerst 24 uur laten weken. Gebruik zeker geen groene zeep of azijn of hogedrukreiniger. Een speciaal reinigingsproduct kan ook alleen dan kan de waterdichte impregnatie verdwijnen.  
  • Impregneer vervolgens elk kwartaal jaar tweezijdig de bootkap zo verklein je de kans dat schimmels en algen zich vasthechten. Zo maak je het doek bovendien extra water- en vuilafstotend. Dat geldt ook voor de kussenset. Impregneer niet de ramen en laat de kap goed drogen. Tot slot maak je de kap nat en zie je welke delen nog niet goed zijn geïmpregneerd. 
  • Het is verstandig om de bootkap door te laten stikken als u ziet dat de stiksels slecht zijn geworden (na 5 jaar). Voor de zeilmaker is het dan eenvoudig en dus goedkoper om de bootkap door te stikken.

Winterstalling

  • Zorg dat brandstofstabilisator is toegevoegd bij de laatste vaartocht. Leeg de brandstoftank in een auto gezien de beperkte houdbaarheid.
  • Koppel de startaccu los voor de winter. Maak de polen en klemmen goed schoon met bijvoorbeeld een harde tandenborstel en een papje van baksoda of een contactspray.
  • Lithium-Ion accu’s kun je met 60-70% lading rustig een half jaar stallen zonder er naar om te kijken.
  • Laad de accu voor het vaarseizoen de zekerheid op met een acculader (ongeveer 20 euro) of neem een jumpstarter mee om een lege accu te starten (ongeveer 50 euro). Sluit aan het begin van het seizoen de de klemmen en de polen aan van startaccu. Voorzie ze eerst van een dun laagje zuurvrije vaseline en sluit de kapjes.
  • Geef de buitenboordmotor een jaarlijkse onderhoudsbeurt. Voor de winterstalling is het beste moment in het jaar.  
  • Plaats de motor op een vorstvrije plaats in een verticale positie.
  • Spuit het onderwaterschip af met hoge druk. Het is aan te raden om het onderwaterschip direct schoon te maken als de boot uit het water komt. Als de aangroei nog vochtig is, is deze makkelijk ter verwijderen dan wanneer deze ingedroogd is. Een special reinigingsmiddel zorgt voor hogere effectiviteit. 
  • Natuurlijk is het voor het behoud van jouw sloep het beste, om die te stallen in een loods of anders onder een afdekzeil op te slaan. Het is belangrijk al het water uit de sloep te verwijderen anders kan vorstschade ontstaan. Daarbij moeten alle waterresten en ook condens uit de voorkant en onder de vloer weg zijn.
  • De sloep met een wintertent afdekken; het doek wordt met behulp van steunen zo opgezet, dat sneeuw en ijs eraf kan vallen. De afdekking mag niet geheel afsluiten, zodat de lucht onder het doek kan circuleren. Bij iedere winterstalling is het belangrijk erop te letten, dat er geen puntbelasting ontstaat. Dit voorkomt je, door de sloep op meerdere grote raakvlakken te leggen. Bedenk je wel, dat sneeuw, die op jouw sloep blijft liggen, zomaar een paar honderd kilo kan wegen! Geen enkele sloep is erop gebouwd, om zo'n grote last te dragen.
  • De kosten voor een winterstalling binnen voor een boot lengte tot 6 meter zijn ongeveer € 500 tot € 600.

 

Diefstal

Voorkom diefstal door een SCM gekeurd buitenboordmotor slot te monteren en daarnaast een VbV/SCM gekeurd kabel of kettingslot (met een dikte van minimaal 1 centimeter) waarmee de sloep aan de kade wordt vastgelegd. Als de sloep op de sloeptrailer staat zorg dan voor een SCM gekeurd koppelingsslot (ook als deze is aangekoppeld aan een auto) om diefstal van de trailer en sloep te voorkomen (en bij parkeren op de openbare weg aanvullend een wielklem). Deze maatregelen worden ook door verzekeraars vereist. 

 

Verzekering

Denk aan een bootverzekering (met eventueel boottrailerverzekering) die aansprakelijkheidsschade vergoed en eventuele schade of verlies van je eigen sloep. Onder andere Univé, FBTO en NN bieden deze aan. 

Bij een sloep van 15.000 euro geeft een premieberekening bij Univé 5 euro maandpremie voor Wettelijke Aansprakelijkheid. De premie voor diefstal is 5 euro per maand en beschadigingen aan de boot ook ongeveer 5 euro per maand. Ongevallendekking en rechtshulp kosten beide ongeveer 1 euro per maand.

Pechhulp 

Via ANWB, VaarZeker of Botenwacht (eerste jaar gratis) kun je je aanmelden voor pechhulp op het water. Univé biedt pechhulp ook aan bij de bootverzekering deze kost ook 5 euro per maand. Maak hiervan zeker gebruik, de meeste voorvallen gebeuren juist in het eerste jaar. 

 

Vervoer

Lees de handleiding sloeptrailer voor het veilig vervoeren en uit het water halen en te water laten van je sloep.


«   »